• karenmilants

Mysterieuze madeliefjes


Heb jij vroeger ooit de blaadjes van madeliefjes geplukt, met de spreuk ‘hij/zij houdt van me, hij/zij houdt niet van me’? Of de pluisjes van de paardenbloem weggeblazen terwijl je een wens deed? Misschien vierde je thuis kerstmis en stond er een dennenboom in de woonkamer?

Kruiden en bomen worden al eeuwen lang gebruikt, zowel om hun geneeskrachtige eigenschappen als in rituelen. Niet zelden liepen deze twee door elkaar.


Madeliefjes

Madeliefjes (bellis perennis) vind je hier bij ons zowat overal. Het plantje bloeit in weiden, tuinen, parken en soms zomaar op straat. Het is een overblijvend kruid. De bladeren vormen een wortelrozet en de bloemen bestaan uit centrale gele buisbloemen met een krans van witte straalbloemen.


Vaak zegt de botanische naam van een plant iets over de herkomst, het vroegere gebruik of de eigenschappen van een plant. Bij de madelief is dat niet anders. Bellis (Latijn) betekent ‘mooi’ en perennis (ook Latijn) ‘eeuwig’. Bellis perennis betekent dus ‘de eeuwige mooi’. Dit verwijst onder andere naar het feit dat de madelief bijna het hele jaar door bloeit.


Boomnimf of oorlogsgeneeskunde

Bij de naamgeving van planten wordt ook vaak verwezen naar een mythe. Zo zou de madelief haar botanische naam te danken hebben aan de boomnimf Belides. Belides danste op een mooie dag met haar lief, Ephigeus. Op deze manier trok ze echter de aandacht van Vertumnus. Vertumnus was een oorspronkelijk Etruskische Romeinse god, die waakte over de boomgaarden en (herfst)vruchten. Belides was echter niet gediend van zijn avances, en veranderde zichzelf in een madelief om aan zijn aandacht te ontsnappen.

Een andere verklaring voor de naam ‘Beliis’ is een verwijzing naar het Latijnse ‘bellum’. Romeinse soldaten (of de chirurgen van het Romeinse leger) zouden slaven madeliefjes laten plukken om het sap te kunnen gebruiken. In dit sap werd verband gedrenkt, dat gebruikt werd om wonden van zwaarden en speren te verzorgen.


De Nederlandse naam madelief verwijst naar het oud-Nederlandse woord ‘made’. Made betekent ‘weide’ en verwijst naar de groeiplaats van de bloemen. ‘Lief’ verwijst dan weer naar de appreciatie voor de plant. Ook wordt beweerd dat ‘made’ een afgeleide is van ‘maagde’. Dit verwijst dan weer naar de Maagd Maria.


De Engelse term ‘daisy’ zou een verbastering zijn van ‘ a day’s eye’. ‘s Avonds, bij het ondergaan van de zon, sluit de bloem immers haar blaadjes.



Liefdesgodinnen en troost

In verschillende culturen werd een symbolische betekenis toegekend aan de madeliefjes. Zo worden er op de Ishtarpoort (één van de stadspoorten van Babylon, nu te zien in het Pergamonmuseum in Berlijn) verschillende madelieven afgebeeld, omdat de bloem het symbool was van de godin Ishtar. Ook aan de Germaanse godinnen Ostara en Freya werd het madeliefje toegewezen.


Volgens de Kelten zou de madelief het groeiproces doen stoppen. Er was eens een fee genaamd Milka, die de zoon van de koning stiekem madeliefjes te eten gaf. Hierdoor stopte de jongen met groeien en bleef klein.

De Kelten dachten ook dat madeliefjes over de aarde werden uitgestrooid door doodgeboren kinderen, om hun ouders toch enige troost te bieden. Hierom zou het ongeluk brengen om op een madeliefje te trappen.


Tranen van Maria

Tijdens de middeleeuwen werd het - net als veel andere bloemen - toegewezen aan Maria. Het madeliefje zou zijn ontstaan door de tranen van Maria. Over waarom zij huilde bestaan twee versies. De eerste luidt dat zij huilde bij het graf van haar zoon Jezus. In de andere versie huilde zij tijdens de vlucht naar Egypte.


De rode plekken op sommige madeliefjes zouden dan weer afkomstig zijn van het bloed van het kindje Jezus. Op een dag speelde die in de wei en raakte gewond. Zijn bloed druppelde op enkele madeliefjes en sindsdien vertonen sommige rode vlekken.


Liefde of dood

De toewijzing aan onder andere Ishtar en Freya, liefdesgodinnen, verklaart wellicht het gebruik om aan de hand van een madeliefje te voorspellen of iemand van je houdt. Dit ritueel is heel eenvoudig: je neemt een madeliefje en trekt telkens een bloemblaadje af. Hierbij zeg je telkens ‘hij/zij/x houdt van me’ - trek - ‘hij/zij/x houdt niet van me’ - trek. Het laatste bloemblaadje geeft het antwoord op je vraag.


Het onder je hoofdkussen leggen van een madeliefje, en je schoenen uit het raam hangen, zou ervoor zorgen dat je van je minnaar droomt. Althans, dat werd geloofd in sommige streken in Engeland.


Ook de Keltische artsenfamilie Myddfai gebruikten de voorspellende kracht van madeliefjes. Zij pletten een madeliefje in wat wijn en lieten dit opdrinken door hun patiënt. Gaf de patiënt hierna over, zou hij sterven aan zijn ziekte.


Bescherming

Madeliefjes werden gebruikt als bescherming door reizigers. In Beieren plukte men madeliefjes op Sint-Jan (24 juni) tussen 12u en 13u, en wikkelde deze in papier. Deze beschermden de reiziger tijdens zijn tocht.

Madeliefjes boden ook bescherming bij koorts. Op de eerste dag van een koortsaanval at men 3 bloemblaadjes. De dag erna 2 meer, tot men aan 9 bloemblaadjes zat. En dan ging je weer terug naar 3. Was de koorts nog niet over, moest je opnieuw beginnen.


Slecht voorteken

In Duitsland en Nederland was men echter niet altijd zo positief over madeliefjes. Te veel madeliefjes in het voorjaar zou een voorteken zijn van de grote kindersterfte in het najaar.

In 1793 werd in Duitsland zelfs bevolen het volledig uit te roeien. Wellicht komt dit omdat de plant als abortief gebruikt werd.


Geneeskracht

Toch wordt het madeliefje pas bij Dodoens vermeld als geneeskrachtig kruid. Hij raadt het vooral aan bij koorts, darm- en leverproblemen, reuma en als verlichting voor huid en haar. In de huidige phytotherapie worden madeliefjes niet vaak meer gebruikt. Af en toe wordt de plant nog gebruikt om haar wondhelende eigenschappen en verlichting bij reuma, en als ondersteuning bij problemen met de luchtwegen (zoals bij verkoudheid en hoest).

Culinair gebruik

Zowel de (jonge) blaadjes als de bloemen kunnen gegeten worden en zijn lekker in bijvoorbeeld een salade of als decoratie bij een gerecht.

De gesloten bloemknopjes kunnen ingelegd worden als een soort kappertjes.


Nodig:

  • 0.5l azijn

  • Teentje look

  • Peperkorrels

  • Kleine ui

  • Snufje zout

  • Eventueel andere kruiden naar keuze

  • Gesloten kopjes van de madelief (zonder steel), ongeveer 2 handen vol. (Pluk ze ‘s ochtends vroeg, dan zijn de knopjes nog dicht.)

Bereiden:

  • Verwarm de azijn (niet laten koken).

  • Kneus de peperkorrels en snipper ui en look fijn.

  • Laat de peper, zout, ui, look en eventueel andere kruiden een kwartiertje in de warme azijn trekken. Experimenteer met verschillende kruiden en specerijen die jij lekker vindt!

  • Laat het mengsel afkoelen. De kruiden er uit zeven kan, maar hoeft niet.

  • Doe de bloemknoppen in een pot en doe de azijn er bij. Zorg dat de knoppen helemaal onder staan (leg er desnoods een gewicht op).

  • Na een tweetal weken zijn je kappertjes klaar!


35 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven